Onlangs had Ard Nieuwenbroek in zijn praktijk een ontmoeting die hem diep raakte. Een jonge vrouw, begin dertig, vertelde voor het eerst dat zij op de middelbare school seksueel was misbruikt. Wat haar verhaal extra aangrijpend maakte, was wat ze vervolgens vertelde. Tijdens haar schooltijd had ze vaak gedacht: ik wil hierover met mijn mentor praten. Ze had zelfs het idee dat haar mentor misschien iets aan haar had gezien. Maar ze durfde niet.
‘Had ik het maar gedaan’, vertelde ze. ‘Dan had ik misschien veel eerder de hulp gekregen die ik nu uiteindelijk durf te aanvaarden.’
Wat als iemand had gevraagd: ‘Hoe gaat het met je?’
Het is een eenvoudige vraag. Toch kan juist die vraag van grote betekenis zijn.
Niet omdat een onderwijsprofessional daarmee een therapeutische rol moet aannemen. En ook niet omdat je als mentor of docent meteen moet weten wat je met een antwoord moet doen.
Maar omdat je met zo’n vraag kunt laten merken: ik zie je, ik ben geïnteresseerd in jou en er is ruimte om te vertellen wat er speelt.
Seksueel misbruik kan gepaard gaan met schaamte, angst en geheimhouding. Een leerling kan signalen laten zien zonder zelf te vertellen wat er aan de hand is. Soms is er een sterke behoefte om te praten, terwijl tegelijkertijd de drempel om daadwerkelijk iets te vertellen enorm hoog is.
Juist daarom kunnen onderwijsprofessionals een belangrijke rol spelen.
Je hoeft geen therapeut te zijn
Wanneer een leerling mogelijk te maken heeft met seksueel misbruik, kan dat als onderwijsprofessional behoorlijk spannend zijn.
- Wat moet je vragen?
- Wat mag je vragen?
- Wat doe je als een leerling daadwerkelijk iets vertelt?
- En wat als je het verkeerd interpreteert?
Die onzekerheid kan leiden tot handelingsverlegenheid. We willen het goed doen, maar juist daardoor doen we soms niets.
Toch hoef je als docent, mentor, intern begeleider of andere onderwijsprofessional geen therapeut te zijn. Je kunt vooral van betekenis zijn door aanwezig te zijn, signalen serieus te nemen en ruimte te bieden voor een gesprek.
Het begint soms met iets heel eenvoudigs: contact maken en werkelijk vragen hoe het met iemand gaat.
Herkennen én durven handelen
Daarmee is het verhaal natuurlijk niet klaar. Wanneer een leerling iets vertelt of wanneer je je zorgen maakt, komen er nieuwe vragen.
- Hoe herken je mogelijke signalen van seksueel misbruik?
- Hoe maak je het onderwerp bespreekbaar?
- Hoe reageer je wanneer een leerling iets onthult?
- Welke verantwoordelijkheid heb je als onderwijsprofessional?
- En hoe zorg je ervoor dat je niet vanuit handelingsverlegenheid wegkijkt?
Daarover gaat het bijzondere middagsymposium ‘Leerlingen en seksueel misbruik, herkennen en van betekenis zijn’.
Tijdens het symposium willen we onderwijsprofessionals kennis, inzichten en praktische handvatten geven om signalen beter te herkennen en om het gesprek aan te durven gaan.
Want het blijft spannend. Dat zullen we niet wegnemen. Maar je hoeft het ook niet alleen te kunnen.
Samen leren er voor leerlingen te zijn
Ard Nieuwenbroek schrijft samen met Judith Kiemenai een boek over leerlingen en seksueel misbruik. Het symposium sluit daarbij aan.
Het doel is niet om van onderwijsprofessionals hulpverleners te maken. Het doel is om hen beter toe te rusten om een leerling die mogelijk met seksueel misbruik te maken heeft, te zien, serieus te nemen en van betekenis te kunnen zijn.
Zoals Ard in de video zegt:
‘Laten we samen er voor deze kinderen zijn die het zo hard nodig hebben.’
Bekijk de video van Ard:
Bijzonder middagsymposium
‘Leerlingen en seksueel misbruik, herkennen en van betekenis zijn’
Wil je meer weten over het herkennen van signalen, het aangaan van het gesprek en jouw rol als onderwijsprofessional? Kom dan naar het middagsymposium op 7 december.
Samen zorgen we ervoor dat we niet alleen weten dát we iets kunnen betekenen, maar ook beter weten hoe.

